Je leven als tuinier wordt makkelijker en leuker als je de natuur laat mee-tuinieren. Maar dan moet je wel weten wat ze doet, en hoe.
Feest in 5 fasen
Tijdens een cursus over Voedselbossen leerde ik het geheim van de natuur kennen. Het bleek verbluffend simpel: de natuur houdt niet van lege plekken. Op veel plekken probeert de natuur, als je haar haar gang laat gaan, uiteindelijk een bos te laten ontstaan. Dit doet ze in vijf fasen, en in een vaste volgorde.
Ook in je tuin plant de natuur plantjes die passen bij de tuinfase op dat moment. We noemen ze vaak ‘onkruid’, want ze zijn soms rommelig en ongewenst. Maar spontane planten zijn geen vergissingen. Ze horen bij wat de bodem op dat moment nodig heeft. Ze hebben een belangrijke taak; ze verbeteren de bodem en maken de weg vrij voor een volgende fase. Zodat er steeds meer en grotere planten kunnen groeien, waar steeds meer dieren een plek in kunnen vinden.
De natuur bouwt, met andere woorden, aan een steeds uitbundiger feest, met steeds meer gezellige gasten. Als je weet waarnaar je moet kijken, dan herken je de fasen meteen. Je kunt er dan voor kiezen om de natuur wat meer ruimte te geven en meer met haar te gaan samenwerken. Je gaat het feest beter begrijpen!
Fase 1. Gasten die snel komen en snel weer vertrekken: de eenjarigen
Dit zijn de eerste plantjes die een kale bodem veroveren. Worden uitgescholden voor 'onkruid' omdat ze precies groeien waar je geen planten wil hebben. Zoals tussen tegels of in je pas geschoffelde borders. Maar eerlijk? Het zijn vaak schattige, kleine plantjes die heel mooi kunnen bloeien.
Fase 2. Rebelse types: grassen
In je gazon willen ze niet. In de bestrating en de borders willen ze wel. Grassen zijn de jokers van het feest, ze geven er hun eigen draai aan. Ze zijn prachtig. Maar ze blijven net zo lang dwarsliggen tot je ze begrijpt.
Fase 3. Gasten die wat langer blijven: kruiden en vaste planten
Ze voorkomen dat grassen je hele tuin overnemen. Ze maken de bodem los en vruchtbaar. En hun bloemen zijn een feest voor insecten. Zonder vaste planten en kruiden is een feest niet compleet.
Fase 4. Ze blijven slapen op de bank: struiken
Struiken zijn er voor de lange termijn. Na de afwas blijven ze slapen op de bank. Ze worden tientallen jaren oud. En ze brengen hoogte in je tuin: de 3D-factor. Strategisch geplaatst onttrekken ze je aan het zicht van de buren. Met hun hoogtes tussen de ca 2 en 8 meter zijn ze voor de gemiddelde tuin precies goed.
Fase 5. De grote gasten: bomen
Een boom en een boom is twee. Je hebt de snelle voorlopers zoals berk, els en wilg. Pas later komen de rustige blijvers zoals eik, beuk en linde. Bomen worden tientallen meters hoog en tientallen (zo niet honderden) jaren oud. Voor veel tuinen worden ze te groot.
Geen duidelijke scheiding
De vijf fasen gaan in de natuur meestal geleidelijk in elkaar over. En ze kosten tijd. Eénjarigen leven kort, slechts een jaar. Grassen en vaste planten houden twee tot vijf jaar vol. Struiken leven wel tien tot vijftien jaar voordat bomen kans zien ze te verdringen. Grote bomen, de echte woudreuzen, kunnen honderden tot zelfs ruim duizend jaren oud worden.
Deze opeenvolging van fasen wordt in de ecologie ‘Successie’ genoemd: de natuurlijke ontwikkeling waarbij een kale plek langzaam verandert in een gevarieerd ecosysteem.
Waarom ik dit vertel
Ik werk op een boomkwekerij en plantencentrum, en zie dagelijks dat veel mensen onbedoeld tegen de natuur in werken. Dat kost energie. Terwijl tuinieren juist makkelijker en leuker wordt als je begrijpt wat planten je proberen te vertellen.